door Diane Goossens
foto's Diane Goossens, Jacqueline Yildirim
De Angora is een van de oudste kattenrassen; de oorsprong, zoals de naam al doet vermoeden, ligt
in Turkije. In de stad Angora, het huidige Ankara om precies te zijn en verder naar het westen van
Turkije. De Turkse Van, het neefje, vind haar oorsprong in het oosten van Turkije, in de omgeving van
de stad Van en rond het Van-meer.
Er bestaan in Turkije allerlei legendes omtrent dit kattenras, vele hebben te maken met de Islam,
het geloof van de moslims. De meeste legendes hebben betrekking op witte odd-eyed Angora’s of Vannen.
Deze zijn tot op de dag van vandaag zeer gewaardeerd in heel Turkije.
De Angora's zijn genoemd naar de oude stad Angora (thans Ankara). In Turkije komen Angora's in
tal van kleuren voor, elk met een eigen naam. Bekende Turkse namen zijn onder andere sarman (red
tabby), de tekir (black tabby) en de Ankara kedisi (bij voorkeur odd-eyed of blue-eyed wit).
Exporteren van de witte Turkse Angora en – Van katten is verboden, alleen gekleurde Turkse katten
mogen nu uitgevoerd worden. Er staat een pittige gevangenisstraf op het uitvoeren van de witte dieren.
In de 16e eeuw zijn er Angora's vanuit Turkije naar Frankrijk en Engeland gebracht. Dit ras was
zeer geliefd aan het Franse Hof en kreeg in die tijd ook de bijnaam Franse Kat.
De Turkse Angora (maar ook de Turkse Van) zijn de voorouders van vele halflanghaarrassen zoals de
Maine Coon, Noorse Boskat, Siberische Boskat en ook de Pers.
De Turkse Angora moest het rond 1900 opnemen tegen de Pers, die steeds populairder werd, mede
daardoor werd halverwege deze eeuw de Turkse Angora met uitsterven bedreigd. Gelukkig bestond er een
fokprogramma in dierentuinen van Istanbul, Izmir en Ankara waardoor dit niet is gebeurd. Liefhebbers
van de Angora zijn in de zestiger jaren druk bezig geweest met het importeren van de Turkse Angora
uit die dierentuinen, wat niet altijd even makkelijk verliep. Door die liefhebbers kunnen we nu weer
genieten van dit prachtige elegante ras.
Tegenwoordig zijn er nog steeds fokprogramma’s in de dierentuinen van Izmir en Ankara in Turkije
van dit prachtige ras. (In Van, Oost–Turkije, is zelfs een heel huis voor het behoud van de
Van-katten opgericht!) In Nederland zijn er nu een handjevol mensen bezig met het fokken van dit ras.
Als u vaak shows bezoekt, zal het u ook opgevallen zijn dat er meestal niet veel of zelfs geen Turkse
Angora’s aanwezig zijn.
De Turkse Angora mag men niet verwarren met de in vele boeken beschreven Engelse Angora kat (The Angora Cat), in Nederland zijn deze bekend als Oosters halflanghaar of Mandarin. In Engeland wordt nog maar nauwelijks gefokt met de Turkse Angora's, vanwege de strenge quarantaine voorschriften, maar er lijkt nu toch iets meer beweging in de fokkerij te komen.
De Turken bekijken hun Ankara Kedisi (Kat van Ankara) overigens met geheel andere ogen, dan wij hier in het Westen. Zij kijken, in tegenstelling tot ons, slechts naar de oogkleur van de kat. De bevolking gaat ervan uit, dat een witte odd-eyed kat tot de Turkse Van Katten behoort, terwijl experts er juist vanuit gaan, dat de odd-eyed oogkleur de Turkse Angora toebehoort. Ook vinden zij, dat de Turkse kat met amber oogkleur tot de Turkse Van behoort en die met blauwe ogen tot de Turkse Angora. Hoe het ook zij, wij hier in het Westen kijken dus sterker naar het type van de Turkse kat, om te bepalen bij welk ras deze behoort.
Turkse Angora’s zijn actieve, levendige, nieuwsgierige, intelligente, sociale katten met een zacht
karakter. Ze zijn tot op hoge leeftijd speels en ondernemend. Ze zijn graag in gezelschap van mens
en/ of dier. Het zijn geen dieren om alleen te houden, zeker niet als u veel van huis bent. U kunt
dan beter overwegen twee katten (dit hoeven uiteraard niet persé twee Angora’s te zijn, maar wel een
kat die overeenkomt met het karakter van de Turkse Angora) te nemen of geen kat. Als u al in bezit
bent van een katvriendelijke hond kan deze ook fungeren als “maatje”. Over het algemeen kunnen Turkse
Angora’s het erg goed met andere dieren vinden.
Ze vinden alles leuk om mee te spelen, variërend van origineel kattenspeelgoed (balletjes,
muisjes, e.d.) tot pennen en sleutelbossen, ze apporteren ook graag. Ook het meerijden op de
stofzuiger kan een leuke bezigheid zijn voor Angora’s.
De Turkse Angora is erg toegewijd aan de mens en verwacht dit ook terug. Valt de toewijding van
de mens tegen, dan kunnen ze op een heel andere manier aandacht vragen, bijvoorbeeld door ineens in
de gordijnen te klimmen (wat meestal niet zo gewaardeerd wordt). Bij de Turkse Angora geldt het motto
in zo’n geval; niet goedschiks, dan kwaadschiks.
Sommige Angora’s hechten zich aan één persoon in een gezin, andere vinden iedereen aardig. De
Turkse Raskatten in zijn geheel houden er over het algemeen niet zo van in grote groepen gehuisvest
te worden, ze zijn wel erg gesteld op hun “persoonlijke ruimte”. Het is dus altijd verstandig het
woonoppervlak van uw katten te vergelijken met het aantal katten dat u heeft en er op toe te zien,
dat de dieren genoeg ruimte hebben om zich ook even lekker terug te trekken. Dit zijn een aantal
raseigenschappen, uiteraard is de ene kat de andere niet.
Wanneer men besluit een Turks Angora kitten aan te schaffen, moet men zich er dus van bewust zijn,
dat het over het algemeen om een zeer veeleisende kat gaat. Ze vragen veel aandacht en dus tijd. Ze
willen echt hun eigen uurtje per dag hebben, waarin ze zich helemaal kunnen uitleven met hun mens,
lekker spelen, apporteren, of heerlijk knuffelen.
Een kitten zal zeer consequent moeten worden opgevoed, wil men later een kat "met manieren"
overhouden, net als wanneer men een pup aanschaft. De beste en diervriendelijkste manier is om een
plantenspuit in de aanslag te houden en op het moment dat een kitten iets doet wat niet mag, meteen
een straal water op het kitten te spuiten en daar een standaard korte “mopperkreet” achteraan te
gooien. Deze zal daar van schrikken en het als onprettig ervaren, zodat deze zich bij een volgende
poging mogelijk nog eerst eens bedenkt of het wel zin heeft. In wezen heeft de Turkse Angora ook wel
een aantal "hondse" trekjes.
Vervolgens mag men de intelligentie van dit ras beslist niet onderschatten. Vaak is het een
kwestie van slimmer zijn dan de kat. Vele zijn in staat ramen, deuren, kasten en koelkasten te openen.
Men dient er dan ook voor te zorgen dat dit niet mogelijk is, zeker als een kat buitendeuren of -ramen
kan openen, omdat dit fataal kan eindigen. Het zijn goede springers, hoog of breed, het maakt meestal
weinig indruk.
De Angora’s zijn pas laat volwassen en zullen ook pas op een leeftijd van ongeveer twee jaar hun
“wilde haren” beginnen te verliezen. Een goede krabpaal is wel een stevige aanrader voor de eigenaar
van de Turkse Angora, de kat komt dan tot zijn recht.
De vachtverzorging kan men in principe in z’n geheel aan de kat zelf overlaten. Men kan in een
periode van rui (of tussendoor) de kat “meehelpen” door een extra borstelbeurt te geven, maar dit is
geen noodzaak. Een heel enkele keer kan het voorkomen dat zich een klit in de vacht vormt, maar dit
is echt sporadisch.
Bij sommige Angora’s is in de zomer de vacht korter dan in de winter en zouden ze bijna voor een
korthaar kunnen doorgaan. De halflangharige vacht is zacht en zijdeachtig en bestaat uit een vol
behaarde kraag, staart en broek.
Alle natuurlijke kleuren zijn toegestaan, dat wil zeggen wit, zwart, blauw, rood en crème,
schildpad met of zonder tabby en met of zonder wit en al deze kleuren komen ook met zilver voor.
Colourpoint, chocolate, lilac, cinnamon, enz. zijn niet toegestaan.
Rasgebonden ziektes of afwijkingen zijn bij de Turkse Angora vooralsnog niet bekend, zoals
bijvoorbeeld Patella Luxatie, PKD of HCM wat bij sommige andere rassen specifiek voorkomt. De enige
erfelijke afwijking die vroeger veelvuldig voorkwam bij de Angora’s (en ook bij andere rassen waar
wit is toegestaan als vachtkleur) is doofheid. Deze is gerelateerd aan de witte vachtkleur in
combinatie met (meestal) blauwe ogen en dus ook bij odd-eyeds, maar de Turkse Angora met amber
oogkleur kan even makkelijk getroffen worden door deze aandoening. Dat komt voort uit het feit dat
jaren geleden gekleurde katten niet erkend werden en er dus uitsluitend wit maal wit werd gekruist.
Vanaf 1 januari 1994 zijn gelukkig ook de prachtige gekleurde Turkse Angora’s erkend. Hierdoor hebben
fokkers ook meer en betere fokmogelijkheden gekregen en is het aantal witte dove katten zeer sterk
gedaald en worden er gelukkig nagenoeg ook geen meer geboren.
Tegenwoordig worden witte dieren maal gekleurde dieren met elkaar gekruist. Bovendien is de
doofheid relatief eenvoudig te testen op verschillende locaties binnen Nederland door middel van een
BAER-test. Helaas is het vandaag de dag nog niet bij alle Nederlandse verenigingen zo geregeld, dat
dit een must is en bovendien zijn nog niet alle verenigingen het er over eens, dat enkel een wit maal
gekleurd kruising is toegestaan om doofheid verder terug te dringen, waardoor sommige fokkers helaas
nog in de gelegenheid gesteld worden om wit maal wit te kruisen. Hopelijk wordt dit snel door alle
verenigingen aangepast.
Bronvermelding:
Wilt u meer weten over de Turkse Angora, de Turkse Van/ Van Kedisi of Turkse Korthaar ? Neemt u dan vrijblijvend kontact op met de nieuwe Turkse Raskatten Vereniging “Lokum” (TRVL): Janneke Tanriöven, tel: 078-618 11 24 of D. Goossens, tel: 040-22 20 178.